top of page

Mijlpalen van Babys & Peuters

A month-by-month guide, 1-36 months

Mijlpalen zijn belangrijk

Elke baby ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, maar ontwikkelingsmijlpalen bieden ouders en zorgverleners een waardevol houvast. Door deze vanaf het begin te volgen, kunnen eventuele ontwikkelingsachterstanden eerder worden opgemerkt en kan een gezonde ontwikkeling van de wervelkolom en het zenuwstelsel vanaf dag één worden ondersteund.

Maak je je zorgen over de ontwikkeling?

Maak dan een afspraak voor een controle bij ons chiropractie team — we werken graag samen met gezinnen in elke groeifase.

  • Mijlpalen, maand per maand

    1 Maand

    • Tilt het hoofd op tijdens buikligging

    • Reageert op geluid

    • Staart naar gezichten

    2 Maanden

    • Maakt geluidjes: kirt en brabbelt

    • Volgt objecten met de ogen

    • Merkt zijn handjes op

    • Houdt het hoofd korte tijd omhoog

    3 Maanden

    • Herkent uw gezicht en geur

    • Houdt het hoofd stabiel

    • Volgt bewegende objecten met de ogen

    4 Maanden

    • Glimlacht, lacht

    • Kan gewicht dragen op de beentjes

    • Brabbelt als u tegen hem praat

    5 Maanden

    • Onderscheidt felle kleuren

    • Speelt met handjes en voetjes

    6 Maanden

    • Draait zich naar geluiden en stemmen

    • Imiteert geluiden

    • Rolt zich in beide richtingen om

  • Zitten, kruipen en eerste woordjes

    7 Maanden

    • Zit zonder steun

    • Trekt voorwerpen naar zich toe

    8 Maanden

    • Zegt "mama" of "papa" (nog niet gericht)

    • Geeft voorwerpen van hand tot hand

    9 Maanden

    • Staat terwijl hij zich vasthoudt

    • Brabbelt of combineert lettergrepen

    • Begrijpt objectpermanentie

    10 Maanden

    • Zwaait gedag

    • Pakt dingen op met een pincetgreep

    • Kruipt goed, met buik van de grond

    11 Maanden

    • Zegt "mama"/"papa" tegen de juiste ouder

    • Speelt kiekeboe en in de handen klappen

    • Staat een paar seconden alleen; loopt steunend langs meubels

    12 Maanden

    • Imiteert de activiteiten van anderen

    • Geeft wensen aan met gebaren

    13 Maanden

    • Gebruikt twee woorden vaardig (bijv. "hoi", "dag")

    • Buigt voorover en raapt een voorwerp op

    14 Maanden

    • Eet met de vingers

    • Haalt inhoud uit bakjes of dozen

    • Imiteert anderen

    15 Maanden

    • Speelt met een bal

    • Gebruikt regelmatig drie woorden

    • Loopt achteruit

  • Woorden, wandelen en spelen

    16 Maanden

    • Slaat de pagina's van een boek om

    • Heeft driftbuien bij frustratie

    • Hecht zich aan een knuffel of voorwerp

    17 Maanden

    • Gebruikt regelmatig zes woorden

    • Geniet van doe-alsof spelletjes

    • Houdt van rijdend speelgoed

    18 Maanden

    • Leest" zelf kartonnen boekjes

    • Krabbelt goed

    19 Maanden

    • Gebruikt lepel en vork

    • Rent

    • Gooit een bal onderhands

    • Helpt graag in huis

    20 Maanden

    • Voedt een pop

    • Trekt eigen kleding uit

    • Doet iets leeg uit imitatie (bijv. afval weggooien)

    21 Maanden

    • Kan de trap op lopen

    • Kan eenvoudige doelen stellen (bijv. besluiten een speeltje ergens neer te leggen)

    22 Maanden

    • Schopt een bal vooruit

    • Volgt verzoeken in twee stappen (bijv. "Pak je pop en breng die hier")

    23 Maanden

    • Benoemt eenvoudige plaatjes in een boek

    • Gebruikt 50 tot 70 woorden

    24 Maanden

    • Benoemt minstens zes lichaamsdelen

    • De helft van de spraak is verstaanbaar

    • Maakt zinnen van twee tot drie woorden

  • Praten, tekenen en zelfstandigheid

    25 - 26 Maanden

    • Stapelt zes blokjes

    • Loopt met een vloeiende hiel-teen beweging

    27 - 28 Maanden

    • Rent goed

    • Slaat de pagina's één voor één om

    29 - 30 Maanden

    • Poetst tanden met hulp

    • Wast en droogt eigen handen

    • Tekent een verticale lijn

    31 - 32 Maanden

    • Zegt eigen naam

    • Tekent een cirkel

    33 - 34 Maanden

    • Benoemt één kleur

    • Noemt de naam van één vriendje

    • Voert een eenvoudig gesprek

    35 - 36 Maanden

    • Beschrijft hoe twee voorwerpen worden gebruikt

    • Gebruikt drie tot vier woorden in een zin

    • Noemt twee handelingen (bijv. huppelen, springen)

AMS CH Treatment 9.png
bottom of page